czwartek, 15 stycznia 2009

Filosofie en Nietzsche

Filosofie en Nietzsche

Barbara Potyka, DTFO 2

 

GOD IS DOOD

“Ik zoek God! Ik zoek God! (...) Waar God heen is?” riep hij, “Ik zal het u zeggen! Wij hebben hem gedood – u en ik. Wij allen zijn zijn moordenaars!”

Er is geen God of een onsterfelijke ziel, omdat volgens Nietzsche God dood is. In zijn ogen zijn we het grootste gedeelte van ons leven zinloos aan het lijden en met andere onlogische dingen bezig maar niet met het leven zelf op het moment zelf. Volgens de filosoof moeten wij juist uit ons leven gaan halen wat hij in “zijn aanbod heeft”, we moeten ons niet vasthouden aan bestaande moralen en waarden maar juist onze eigen moralen en waarden creëren en die aan ons leven aan te passen.

 HEREN- EN SLAVEN MORAAL

Nadat de God dood werd, vindt de mens zijn scheppende vrijheid terug in de wereld die zijn vaderland wordt. De sterke tiranniseert de zwakke.

“(...) de slaaf wil namelijk het onvoorwaardelijke, hij begrijpt alleen het tirannieke, ook als het om de moraal gaat, hij heeft lief zoals hij haat, zonder nuance, tot in de diepte, tot aan de pijn, tot aan de ziekte, zijn groot verborgen lijden komt in opstand tegen de voorname smaak die het lijden schijnt te loochenen.”

Het is goed, volgens de filosoof, dat de zwakkeren (slaven) uit de weg geruimd worden door de sterkere (heren). Op die manier, volgens Nietzsche, kunnen de sterkere goed presteren, hun eigen waarden creëren en de wil tot macht laten evolueren. Zo kunnen alle veranderingen plaats vinden, die noodzakelijk zijn om een Übermensch te kunnen worden.    

 UBERMENSCH

“De Übermensch is de volgende evolutiefase na de mens in het door Nietzsche voorziene proces. Hij vergelijkt de overgang van mens naar Übermensch met die van aap naar mens. De aap is voor de mens iets om over te lachen of om zich voor te schamen (...)” Nietzsche probeerde zijn wil te benadrukken om een mens tot nadenken van zelf te dwingen en om voor te komen dat de mensenmenigte achter een leider loopt. Voor hem is een Übermensch iedereen, die “de wil heeft om zichzelf in bedwang te houden” en “de macht heeft om zichzelf steeds verder op te voeden” wat “tot een ander wezen leidt: een Übermensch.” Een Übermensch is iedereen die door zijn eigen gedraag een vooruitgang brengt voor de hele mensheid.

In Nietzsche’s ogen zijn we slechts een schakel, een ontwikkelingsfase tussen ons zoals we nu zijn en wat we eigenlijk bedoeld zijn te worden: een Übermensch – een logisch denkend groots wezen.

 NIHILISME

Voor Nietzsche bestond er geen objectieve orde of structuur in de wereld behalve de orde en structuur die wij er aan toekennen: “Elk geloof, elke overweging dat iets waar is, is noodzakelijkerwijs onwaar omdat er eenvoudigweg geen ware wereld bestaat.”  Het bestaan heeft niet alleen geen betekenis, doel, kenbare waarheid of waarde maar er is ook geen betekenis of doel om eraan te geven. We moeten ons niet aan God en de christelijke leer vasthouden, maar het bestaan nemen zoals het is met al zijn onrecht en verdriet. Realiteit moet voor ons een uitgangspunt worden zelfs als deze een strijd met zich meeneemt.

MENSELIJK KENVERMOGEN

“Nietzsche heeft ons menselijke kenvermogen aan een genadeloze analyse onderworpen, met als conclusie dat dit vermogen feitelijk een onvermogen is om wat dan ook objectief waar te nemen van welke werkelijkheid dan ook buiten ons of in ons.”  We zijn wel in staat, volgens de filosoof, om een eigen visie van de werkelijkheid te hebben, maar het is niet mogelijk om de werkelijkheid te beschrijven op basis van deze visie. Dit hoe wij de werkelijkheid ontvangen verschilt per persoon en dat betekent dat we er niet blind kunnen op vertrouwen. Onze kennis zullen we gebruiken als een soort meetapparaat dat de waarheid meet en niet als de absolute waarheid zelf.

NIETZSCHE’S KRITIEK OP DE DENKBEELDEN VAN DE MODERNE TIJD

Nietzsche’s kritiek richt zich op de fundamenten van de moderne cultuur, de zogenaamde ‘lust tot kennis’ ofwel ‘de wil tot waarheid’ , maar vooral op de christelijke moraal, die zijn fundamenten uit de christelijke geloof haalt; de christelijke geloof en precies de Kerk, die door zijn dogma’s van sterken volgzame slaven probeert te maken.   

De moderne maatschappij is een machinerie waarbinnen de individuen aangepaste radertjes zijn. We lijden aan algemene ontwikkeling; cultuur en eenheid van stijl ontbreekt ons. Het ‘weten’ is fundament geworden, het ‘nut’ de ziel ervan; het nut bestialiseert en het weten mummificeert en beiden benadrukken de lelijkheid van de moderne tijd, waar gebrek aan eenheid en verbrokkelijking zo zichtbaar is.”

Op basis van de christelijke doctrines worden de sterken (heren) gedwongen om de zwakken (slaven) te helpen en beschermen. Op deze manier laten de sterken hun affectie (goodwill) zien en halen wat punten om uiteindelijk de gelukkige eeuwige leven naast God te verdienen. Heel logisch. Maar dezelfde punt van de andere kant bekeken leidt tot een andere conclusie, namelijk dat de moraal van de zwakken boven de moraal van de sterken staat en dat klopt niet echt. Volgens Nietzsche en dit wat hij de herenmoraal noemt is goed datgene, wat voornaam dus bijzonder, machtig en sterk is en slecht is datgene, wat verachtelijk is, dus gewoon, zwak en ziek, waar de sterke ongetwijfeld  wint. En zo was het altijd voordat het christendom ontstond, begin ik dus aarzelen, als een persoon in christelijke geloof opgevoed, of er wel zoiets als God bestaat.. of christendom niet alleen maar een excuus is om iedereen tot dezelfde niveau te degraderen.

Van mijn ouders alsook op godsdienstles heb ik geleerd dat een christen een persoon is, die medelijden en meelij heeft voor zijn medemens maar vooral vrijwillig aan iedereen helpt. Hij gedrag zich en leeft volgens Decaloog en andere door de kerk gemakte geloofsregels, wat betekent dat de sterke bereikt de niveau van de zwakke en heeft geen mogelijkheid voor zelfontwikkeling. Van ervaring weet ik al, dat het meestal in eenrichtingsverkeer werkt, omdat alleen de sterkere en/of rijkere de weldoener is. Wat blijft dan voor de sterke over?

Volgens de christelijke doctrines zal men zijn hele wereldse leven van dienst zijn aan zijn naaste om de gelukkige eeuwige leven te verdienen. En hier komt automatisch een en ander vraag te voorschijn, namelijk of er wel leven na dood bestaat? Of de Kerk, als een manipulerend unit van de religieuze maatschappij, streeft toevallig niet op die manier zelf tot macht te komen en een rijkelijke wereldse leven tot stand brengen?

Als we voor eventjes terug kijken en observeren hoe de Kerk onverlaten bekeerde, nooit voor de armste zorgde en vooral oefende autoriteit op dezelfde niveau en samen met de overheid, kom ik tot de overtuiging, dat geloof een ideale manier is om met de menigte te manipuleren ten behoeve van winst erop maken. Is dus Kerk echt wel een weerspiegeling van de christelijke doctrines? Doet hij Jezus na en schenk hij de laatste overhemd aan de arme? Zet de Kerk zich op gelijke voet met de gelovige neer? Laten we die vragen zelf beantwoorden bij bewonderen van al die indrukwekkende en in goud versierende kerken en in overvloed levende clerus...

Ik ben in een gedeelte mee eens met Nietzsche en zijn filosofie, dat aan de denkende, ambitieuze en getalenteerde mensen kans geeft voor zelfontwikkeling alsook beperkt niet in de een of andere manier, want “er bestaan geen feiten, alleen interpretaties’; soms bedrieglijke (bjv. Nazi doctrine), maar in eerste instantie stellen ze op een ‘podium’ niet de belang van de menigte maar juist de belang van de eenheid. 

 

TERUG NAAR NU

Laten we het eens gaan hebben over de belang van de eenheid en de positieve gevolgen, die zijn prestaties voor de mensheid opleveren. En hier bedoel ik de Nobelprijs alsook zijn voortbrenger Alfred Nobel (Stockholm, 21 oktober 1833San Remo, 10 december 1896), die een Zweeds chemicus en industrieel was. Net als zijn vader had Alfred Nobel veel belangstelling voor explosieven. In 1864 verkreeg hij het patent voor zijn grote ontdekking: de Nobel-ontsteker. Ook ontwikkelde hij een springstof op basis van het zeer explosieve nitroglycerine. Door deze uitvinding (patent 1867) ontketende Nobel een revolutie in de mijnbouw, wegenbouw en tunnelaanleg. En toen wist hij nog niet dat zijn uitvinding ook negatieve gevolgen voor de mensheid op kan leveren. Pas later merkte hij, dat zijn uitvinding een grote kans was voor iedereen, die de wil tot macht wou uitoefenen voor zijn eigen belang en kwaad zou bij anderen kunnen doen. Nobel is dus tot een besluit gekomen, dat een gedeelte van zijn verdienste op een goede doel zal besteden worden (hij bepaalde in zijn testament dat van de rente van zijn kapitaal van ca. 32 miljoen Zweedse kronen elk jaar op 10 december (zijn overlijdensdag) vijf Nobelprijzen moesten worden uitgereikt). Hiertoe moest de Nobelstichting worden opgericht. In zijn testament staat dat de prijzen bestemd zijn voor "hen die in het afgelopen jaar aan de mensheid het grootste nut hebben verschaft".

Wie kan dus een Nobelprijs winnar worden? Moet men in zijn oorsprong rijk en machtig zijn? Is wijsheid of verstandelijk vermogen de belangrijkste criterium voor iemand, die iets in de wereld voor de mensheid wil verbeteren? En wat kost het om zo’n respect te kunnen verdienen?

Omdat ik oorspronkelijk uit Polen kom, wil ik het natuurlijk over de Poolse Nobelprijs winnaars hebben. Als allereerste wil ik hier Maria Sklodowska-Curie noemen, die als de eerste en enige vrouw ooit de prestigieuze prijs twee mal heeft ontvangen, en de enige wetenschapper in geschiedenis met de Nobelprijs gehonoreerd in twee verschillende domeinen – natuurkunde en scheikunde.

 "Madame Curie is van alle beroemde mensen de enige, die door de roem niet is bedorven - zei A.Einstein over haar en ik denk, dat zij een stille, waardige en pretentieloze persoon was, omdat zij wist van ervaring wat grote ambities in combinatie met armoede of beperkte mogelijkheden betekenen. Volgens de Russische maatregelen na de opstand in Polen in 1863 mocht zij niet op de Keizerlijke Universiteit in Warschau studeren, is dus na een tijdje naar Frankrijk verhuisd om daar een opleiding (scheikunde, wiskunde en natuurkunde) te kunnen volgen. Hoewel ze met vele moeilijkheden geconfronteerd werd (o.a. gebrek aan geld, feit dat ze een vrouw was en van oorsprong de Poolse, alsook volgens verschillende bronnen was zij van het joodse geloof) bleef ze wel met haar eigen belangstellingen bezig om iets nuttigs aan de mensheid te kunnen brengen. Volgens Nietzsche dus zou ze een Übermensch genoemd worden, omdat zij vooral naast een achtenswaardige wetenschapper en docente vooral een vrouw en een moeder was. En naar mijn idee is zij een perfecte voorbeeld voor wat Nietzsche met zijn termen herenmoraal en übermensch bedoelde.

Een ander persoon, die ik van mijn eigen tijd ken, is Lech Walesa, die in een arbeidersgezin is opgegroeid en vanaf 1966 als elektromonteur bij de Lenin-werf in Gdansk heeft gewerkt. “Tijdens de arbeidsonrusten in 1970 speelde Lech Walesa als vertegenwoordiger van de vakbond reeds een leidinggevende rol. In 1976 werd Lech Walesa ontslagen bij de werf vanwege zijn ijver tijdens stakingen. Lech Walesa werd te lastig voor de werfleiding. Hij was medeoprichter van de "Vrije Vakbond voor het Kustgebied". In 1980 trad Lech Walesa op als spreekbuis van de arbeiders tijdens de omvangrijke stakingen, die het gevolg waren van de algemene prijsverhoging van het vlees in Polen. De algemene onvrede was zo groot, dat de communistische partij uiteindelijk akkoord moest gaan met de vrije vakbond "Solidariteit". De positie van Lech Walesa kwam breeduit in de pers en de vakbondsvoorman kreeg zijn baan als elektromonteur weer terug, maar veel tijd zal hij niet aan zijn werk hebben besteed, want hij werd in september voorzitter van de door hem opgerichte vakbond "Solidariteit".De spanning in Polen liep door ongunstige economische ontwikkelingen steeds verder op. In december 1981 zag generaal Jaruzelski zich genoodzaakt om de noodtoestand uit te roepen. Lech Walesa en andere opposanten werden gevangen genomen. In de herfst van 1982 werd de vakbond "Solidariteit" verboden, maar Lech Walesa werd enige tijd later vrijgelaten. In 1983 werd Lech Walesa onderscheiden met de Nobelprijs (voor de vrede). De prijs werd door zijn vrouw in Stockholm in ontvangst genomen”, omdat hij geen toestemming van de regering kreeg, om Polen te verlaten. Een paar jaar later werd hij een president van Polen (in eerste vrije verkiezingen in toen al democratische land) en in die volgende jaren, door zijn actieve houding in de politieke wereld en zijn grote verdienste voor de Poolse maatschappij, was hij met vele verschillende ook buitenlandse medailles onderscheiden, maar......zoals ik hem in TV heb kunnen observeren, was hij naast een eervolle president en politicus een boerenpummel, die niet altijd deed zoals het betaamt. Tja, oorspronkelijk komt hij uit een arbeidsgezin, die niet echt voor betere opvoeding van de kinderen zorgde. Vandaar dus heeft Walesa slechts een elektromonteur opleiding afgerond in lager beroepsonderwijs. Van de andere kant gekeken, verdient hij nog meer respect als een held van de arbeidende klasse. Is hij dus niet een perfecte voorbeeld voor een übermensch van Nietzsche’s filosofie? Een übermensch die durft, die wilt, die niet bang is om moeilijkheden te confronteren en verantwoordelijk te nemen... Is dat niet de grens, waar men nog zichzelf is en tegelijkertijd verdient iets voor de mensheid? Hij ruimt de zwakkere niet van zijn weg op, maar juist helpt hem en maakt zijn leven makkelijker. Het is goed volgens mij, dat er eenheden zijn, die willen en kunnen en doen het niet alleen voor zijn eigen winst maar vooral voor de anderen, om hen gelukkig te maken. Het hoeft niet iedereen zo ambitieus en ondernemend te zijn volgens mij; het is wel fijn dat er enige mensen bestaan, die door hun wijsheid en stoerheid het leven van de wereld kunnen verbeteren. Is dat niet waar Nietzsche zijn aandacht heeft opgericht? Was het niet wat hij wou bereiken? De belang en de mogelijkheden voor de eenheid voor zelfontwikkeling en maken ons wereld een stukje beter...

 

BRONEN:

 

Nietzsche : een biografie van zijn denken / Rüdiger Safranski ; vert. [uit het Duits] door Mark Wildschut

 

De zaak Nietzsche : opstellen en essays van Wim van Dooren, H. van Galen Last, Elrud Ibsch, Gerrit Jan Kleinrensink, Chaim Levano, Leo Samama en Jeroen Stumpel / onder red. van Gerrit Jan Kleinrensink

 

Grote filosofen : Plato, Aristoteles, Thomas van Aquino, Descartes, Kant, Marx, Nietzsche, Levinas en Wittgenstein in actueel perspectief / J. Davidse (red.)

 

http://pl.wikipedia.org/wiki/Fryderyk_Nietzsche

 

http://pl.wikipedia.org/wiki/Lech_Wałęsa

 

http://pl.wikipedia.org/wiki/Maria_Skłodowska-Curie

 

http://nobelprize.org/nobel_prizes/chemistry/laureates/1911/marie-curie-bio.html

 

http://www.absolutefacts.nl/politiek/data/walesaleszeklech.htm

Brak komentarzy:

Prześlij komentarz